Baanbreker



Esther-Mirjam Sent

‘Banken moeten de mens weer centraal stellen’


Lees verder  

Professor dr. Esther-Mirjam Sent combineert haar hoogleraarschap Economische Theorie en Economisch Beleid aan de Radboud Universiteit met een Haagse carrière in de Eerste Kamer. Haar specialiteiten zijn gedragseconomie en diversiteit. We vragen de PvdA-senator of de overheid en de financiële sector de goede lessen hebben getrokken uit de crisisjaren.

 

Hoe verhoudt de wetenschap zich tot uw politieke leven?

‘Dan moet je eigenlijk terug naar mijn studiekeuze. Ik kom uit een politiek geëngageerde familie – mijn opa en vader waren actieve sociaaldemocraten – en ik groeide op in de jaren van kraken, protesten tegen Reagan en anti-kernwapendemonstraties. Ik wilde de wereld verbeteren en dacht: “Economie gaat me de praktische gereedschapskist leveren.” Dat viel vies tegen. Ik bestudeerde prachtige modellen, trefwoorden en theorieën. Maar realistische inzichten in het menselijke gedrag en praktische handvatten kreeg ik niet mee. Ik ben na mijn afstuderen naar Stanford University gegaan. Verdiepte me in de filosofie en geschiedenis van het economisch denken en promoveerde in 1994 bij Nobelprijswinnaar Kenneth Arrow. Eigenlijk onderzocht ik waar de economen de arrogantie vandaan haalden om op basis van hun beperkte modellen zoveel te durven voorspellen.’

 

Maar u bent sinds 2011 politiek actief als PvdA-senator. Je zou verwachten dat ergens een omslag is geweest, dat de economie u wel is gaan bieden wat u nodig had.

‘De economische wetenschap heeft zich enorm ontwikkeld. We kennen nu gedragseconomie, experimentele economie, institutionele economie en nog meer. Daarbij is de bekende drie-eenheid van rationaliteit, eigenbelang en evenwicht losgelaten. We erkennen nu dat mensen niet altijd rationeel zijn, dat ze niet altijd uit eigenbelang handelen en dat de markt en de overheid geen evenwicht kunnen creëren. Inzichten waar ik iets mee kan in de politieke praktijk.’

Esther-Mirjam Sent

  • Geboren in Doesburg (1967)
  • Studie Economie Amsterdam 1985-1989, cum Laude afgestudeerd
  • Promotieonderzoek aan Stanford University, afgerond in 1994
  • Ontving meerdere prijzen, onder meer voor het beste proefschrift, het beste boek, het beste onderwijs en de meeste mediaoptredens
  • Senator in de Eerste Kamer sinds 2011
  • Lid van meerdere raden van toezicht
  • Betrokken bij het Sustainable Finance Lab, dat zich inzet voor een financiële sector die dienstbaar is
  • Esther-Mirjam Sent is getrouwd en moeder van twee kinderen
Hoe bedoelt u dat?

‘Nou, politiek en overheid gaan nog steeds grotendeels uit van oude economische veronderstellingen: de mens deugt in wezen niet, handelt rationeel en is uit op eigenbelang. We kunnen het gedrag van de burger beheersen en controleren door middel van voorlichten, straffen en belonen. Maar zo werken we als burger helemaal niet. Ons gedrag wordt door heel andere zaken beïnvloed, vaak door impulsen en irrationaliteit, door emoties en angsten. Bij schuldenproblematiek bijvoorbeeld is de rationaliteit van mensen meestal ver te zoeken. We weten uit onderzoek dat armoede mensen dommer maakt. Mensen met schulden hebben vaak te maken met multi­problematiek: scheiding, ontslag, problemen in de opvoeding van kinderen, ziekte. Ze leven in stress, verliezen overzicht en nemen, als ze niet uitkijken, beslissingen die heel slecht voor hen uitpakken. Daar is weinig rationeels aan.

Dat moet je als UWV of Belastingdienst in ogenschouw nemen. Het vraagt om een helpende en coachende rol, met begrip voor de situatie waarin mensen leven. We moeten af van het woud aan regels en formu­lieren, aanmaningen en deurwaarders. Daar maak ik me hard voor in mijn politieke werk.’

 

De politiek moet dus een integrale blik hebben…

‘Ja, en die ontbreekt nogal eens. Coalitie-onderhandelingen vinden bijvoorbeeld plaats op basis van doorrekeningen van het Centraal Planbureau. En tot voor kort kregen Eerste Kamerleden bij de Miljoenennota alleen maar macro-economische doorrekeningen van het Centraal Planbureau bijgevoegd. Met als gevolg dat debatten gingen over economische groei, werkgelegenheid en inkomensongelijkheid. Eenzijdig en gestoeld op het oude economische denken. Want is dat alles wat we van waarde vinden? Nee, we vinden ons bredere welvaartsperspectief van belang. Ik heb ervoor gezorgd dat nu ook analyses van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving bij de Miljoenennota meegestuurd worden, zodat we in debatten het bredere perspectief kunnen kiezen.’

interview Peter Pelzer

‘De financiële sector heeft belangrijke stappen te zetten’

U bent op zoek naar de menselijke maat. Heeft de crisis ervoor gezorgd dat daar meer oog voor is?

 ‘Onvoldoende. Als ik kijk naar de financiële sector, dan zie ik een gemiste kans.’

 

Hoezo?

‘Banken zouden niet hun verdienmodel voorop moeten stellen en klanten zien als consumenten aan wie je steeds meer kunt verkopen, ook al zijn het zeer riskante producten. Maar wel: echt dienstbaar zijn aan het welbevinden van klanten en de maatschappij, aan de hand van een duurzame langetermijnvisie. Dat is een grote verantwoordelijkheid. In het Sustainable Finance Lab (denktank van wetenschappers die de duurzame toekomst van de financiële sector onderzoeken, red.) hebben we dat ook vastgesteld. De financiële sector was voor de crisis te veel een wereld op zichzelf geworden. Wij vinden juist dat het verdienmodel van banken in dienst zou moeten staan van de reële economie, nu en in de toekomst. Op een duurzame wijze, want zonder duurzaamheid hebben we helemaal geen toekomst. De duurzame banken doen dat uiteraard, maar grootbanken zijn daar nog niet. Verzekeraars evenmin. Vaak staan klanten daar enkel bekend als polisnummer, te gek voor woorden natuurlijk. Bovendien zijn die polisnummers niet eens aan elkaar gekoppeld, waardoor niet bekend is dat je meerdere producten afneemt. Hierdoor kun je nooit een goed totaaladvies krijgen. De mens moet weer centraal komen te staan.’

Baanbreker_1423
Baanbreker_1422
Ligt dat aan de omvang van de organisaties? 

‘Dat we zulke grote systeembanken hebben is een probleem op zich. Ze zijn nog steeds too big to fail. Dat maakt onze samenleving kwetsbaar, zeker ook omdat we relatief veel schulden in hypotheken hebben zitten en bezittingen in pensioenen. Het maakt ons enorm afhankelijk van renteschommelingen. In Amerika hebben ze de crisis aangewend om grondig in te grijpen. Banken zijn daar echt failliet gegaan en opgesplitst, en ze zijn daar onder Obama geweldig voortvarend aan de slag gegaan om de economie te vernieuwen. Ze waren dan ook veel eerder uit de crisis dan hier.’

 

Zou er een grotere rol voor de overheid moeten zijn weggelegd? 

‘Ja, ik zou bijvoorbeeld meer diversiteit in de top van financiële dienstverleners willen zien, want daarmee krijg je aantoonbaar betere besluitvorming. Een divers samengesteld bestuur heeft meer oog voor de complexiteit van de samenleving. Ook ontstaat er meer tegenspraak, wat heel belangrijk is om zaken echt goed te kunnen onderzoeken. Maar hoeveel vrouwen zitten er in de top van financiële instellingen? Een handvol. Onderzoek heeft uitgewezen dat je een kritische massa nodig hebt, minstens 35 procent vrouwen. Dat halen we bij lange na niet. Daarom worden vrouwen ofwel competent en onaardig gevonden, ofwel aardig en incompetent. Ik ben dus erg voor quota en juich dan ook de keuze toe van de TU Eindhoven om voorlopig alleen maar vrouwelijke hoogleraren aan te stellen. Simpelweg omdat er teveel – vaak onbewuste – obstakels in ons denken zitten om die balans vanzelf te laten ontstaan. De stelling “als er voldoende kwaliteit onder vrouwen is, komen ze vanzelf aan de top” klopt niet. Sollicitatiebrieven van vrouwen worden heel anders gelezen en gewogen. Is de minderheid van de sollicitanten vrouw, dan worden zij lager gewaardeerd. Is de meerderheid vrouw, dan wordt de baan lager gewaardeerd. Mijn onderzoek naar quota in Noorwegen laat zien dat ze echt werken.’

 

Hoe komt het dat de overheid die rol niet echt heeft gepakt?

‘Ik denk dat we ons allemaal erg overvallen voelden door de crisis. Iedereen wees aanvankelijk naar elkaar. Terwijl de complexiteit zo groot was dat het echt niet alleen aan graaiende bankiers lag, aan lakse accountants, aan falend toezicht, onbetrouwbare politici of aan de naïeve consumenten. Door deze fundamentele attributiefout weten we de oorzaken bij onszelf aan de omstandigheden en bij de ander aan het karakter. Het heeft even geduurd voordat we dat konden loslaten en constructiever gingen nadenken, bijvoorbeeld over de transparantie van bankproducten en maatregelen om de weerbaarheid van grote banken te vergroten. Vervolgens nam de aandacht weer af. Verklaarbaar, want vlak na een crisis overschatten we de kans op herhaling, en naarmate de tijd vordert, onderschatten we de kans op een nieuwe crisis weer. Het momentum zijn we kwijtgeraakt. Wat dat betreft zou een kleine nieuwe crisis dus helemaal zo gek nog niet zijn.’ 


Naar boven 

Gerelateerde artikelen:

Gerelateerd
Bert Scholtens: ‘Duurzaam bankieren wordt vanzelfsprekend’

Goedgeld November 2017


Gerelateerd
ASN-directie: ‘Voor onze klanten een positieve bijdrage leveren’

Goedgeld Oktober 2018


Banken moeten niet hun verdienmodel vooropstellen, stelt econoom Esther-Mirjam Sent. ‘Laat ze dienstbaar zijn aan het welbevinden van klanten en de maatschappij.’

2/13
Loading ...