Duurzaam dilemma


De toekomst van kweekvlees

Vlees zonder dierenleed?

Voor een broodje gekweekte hamburger hoeft geen dier te worden geslacht. Is laboratoriumvlees de toekomst? We zetten voordelen en valkuilen op een rij.

Lees verder  





Kweekvlees als alternatief voor de bio-industrie: de beloften zijn groot. Binnen een paar jaar moeten er hamburgers in de supermarkt liggen waarvoor geen dieren zijn geslacht. Tientallen startups werken daar wereldwijd aan. Wat is ervoor nodig? Technisch gezien stamcellen, afgenomen van een dier dat daarna weer gewoon de wei in kan, en eiwitrijke ‘voeding’ voor de celgroei. Maar ook: toestemming van de toezichthoudende Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) om dit nieuwe product op de markt te brengen. En veel geld om de techniek op te kunnen schalen van laboratorium naar fabriek. Ondertussen worden de vegetarische alternatieven beter en lijken ze vaker op echt vlees. Kan de vleeskweker deze race nog winnen?

interview

Waarom kweekvlees een goed idee is

Onbetwist het grootste voordeel van vlees kweken is dat dierenleed wordt voorkomen. Stel je een wereld voor waar geen dieren meer geslacht worden voor hun vlees. Geen overvolle stallen, geen stressvol veevervoer. Genieten van een Limousin-biefstukje terwijl de stamceldonor nog door de wei stapt.

Hieruit volgt een ander voordeel: de lagere milieudruk. Vergeleken met de bio-industrie is veel minder water nodig, veel minder land en minder energie. De uitstoot van broeikasgassen zou volgens voorstanders enorm afnemen en er het mestprobleem is in één keer opgelost. Dat er geen antibiotica nodig zijn bij het kweken van vlees, is een voordeel voor de volksgezondheid. Daarmee verkleinen we immers het risico dat bacteriën resistent worden en behandeling van ziekten moeilijker wordt.

En dan is er de voedselzekerheid. In 2050 wonen er 10 miljard mensen op onze aardbol. Als die allemaal vlees willen eten, is er simpelweg te weinig ruimte om dat op de traditionele manier te produceren. Volgens Mark Post van het Maastrichtse bedrijf Mosa Meat kunnen we, als we overstappen op gekweekt vlees, met de stamcellen van honderdvijftig koeien de hele wereld voeden. De grote uitdaging is het opschalen van lab tot fabriek. Van een bioreactor van één liter naar een fabriek vol ketels van vijfduizend liter. Volgens Post kan een bioreactor van 25 duizend liter jaarlijks 350 duizend kilo vlees produceren, genoeg voor tienduizend Europeanen. Dat betekent wel dat er ook een grote nieuwe ‘veevoederindustrie’ nodig is, die de voedingstoffen aanlevert. En ook die voedingstoffen moeten diervriendelijk zijn. Ira van Eelen, dochter van kweekvleespionier Willem van Eelen, wil wat dat betreft graag van een misverstand af. In de onderzoeksfase wordt weliswaar gebruikgemaakt van kalfsserum, zoals vaker in medische laboratoria, maar vervolgens zal de producent in de productiefase overstappen op plantaardige voeding, volgens Van Eelen. Dat is niet alleen diervriendelijk maar ook veel goedkoper.

Visie ASN Bank 

De tientallen startups die wereldwijd werken aan kweekvlees halen miljoenen binnen van investeringsfondsen en rijke idealisten zoals Google-oprichter Sergey Brin. Maar ook de gevestigde vlees- en veevoerindustrie begint in te stappen. Wat doet ASN Bank? Zolang het bij startups blijft, investeert ASN Bank niet. Maar voor crowdfunding is de kweekvleesniche inmiddels te groot. Het is in deze ‘tussenfase’ wachten op schaalvergroting en toelating door de EFSA. Het is goed mogelijk dat ASN Bank in een later stadium wel gaat investeren. Een aantal overwegingen is dan belangrijk. Zo moet kweekvlees op een plantaardige manier gevoed worden, en moet er duidelijkheid zijn over energieverbruik, afvalstromen en dat het veilig is voor consumptie. Dat kweekvlees een zegen is voor het welzijn van dieren, staat voor de bank buiten kijf.

Baanbreker_1422

Waarom kweekvlees misschien toch geen succes wordt

Niet iedereen gelooft in de duurzaamheid van het op grote schaal kweken van vlees. Ook voor de productie van kweekvlees zijn energie en grondstoffen nodig en komen afvalstromen vrij. Omdat er nog geen ervaring is met opschaling, is moeilijk te zeggen wat de impact op het milieu precies gaat zijn. Zeer waarschijnlijk ligt de CO2-uitstoot veel lager dan die van de veehouderij – maar hoger dan de productie van bijvoorbeeld vegetarische burgers. Het succes van kweekvlees zal afhangen van wie de producenten zijn. Komt de productie in handen van een handjevol multinationals? En hoe ziet de toekomst van boeren er dan uit? Idealistische voorstanders van kweekvlees, zoals Van Eelen, pleiten ervoor de productiemethode open source te delen. De ontwikkelaars van nu kunnen hun geld dan verdienen met het verkopen van licenties aan lokale boeren en fabriekjes die hun eigen vlees willen ‘brouwen’. Een obstakel voor succes zou het kunstmatige imago van kweekvlees kunnen zijn. De trend is immers om ambachtelijk en lokaal geproduceerd voedsel te eten. Voorstanders van kweekvlees halen hier hun schouders over op: hoe natuurlijk is de bio-industrie? Daar worden levende dieren als producten behandeld. Zij vergelijken het kweken van vlees graag met het maken van yoghurt of bier: dat draait ook om het voeden van celculturen. Toch is dat imago een lastige kwestie. Veel Nederlanders zeggen in onderzoeken geen kweekvlees te willen eten omdat het ‘genetisch gemanipuleerd’ is. Dat is niet zo, zeggen voorstanders, althans niet in Europa (in Amerikaanse bedrijven worden soms wel genen toegevoegd aan de stamcellen). Maar de associatie blijft lastig. En de smaak? Daarover valt natuurlijk te twisten. Zeker is dat er qua smaak nu meer mogelijk is dan de hamburger die Mosa Meat in 2013 aan de wereldpers presenteerde. Gemalen vlees is nu het gemakkelijkst te maken, maar er zijn al bedrijfjes die zich richten op gekweekte kipnuggets, varkensmedaillons, biefstuk en zelfs op tonijn.

 

Moeilijk te voorspellen

In Europa moet de EFSA eerst nog toestemming geven om kweekvlees op de markt te brengen. Dit wordt een lange weg omdat het productieproces nog volop in ontwikkeling is.

Van de EFSA moet het nieuwe voedingsmiddel in ieder geval veilig zijn, voorzien van duidelijke etiketten en even voedzaam als het voedsel dat het probeert te vervangen. Hoe groot de markt voor kweekvlees uiteindelijk zal zijn, is moeilijk te voorspellen. Van Eelen zegt dat het de standaard wordt. Een andere naam zou al helpen, kweekvlees bekt niet lekker. In het Engels spreken ze over ‘clean meat’. Ira van Eelen vindt het niet zo ingewikkeld: ‘Noem het gewoon vlees, want dat is het.’

Duurzaam dilemma kweekvlees_1601

Naar boven 

Gerelateerde artikelen:

Gerelateerd
Duurzaam dilemma: kernenergie schoon of gevaarlijk?

Goedgeld december 2020


Gerelateerd
Duurzaam dilemma: Hoe groen is biomassa?

Goedgeld September 2020


Voor een broodje gekweekte hamburger hoeft geen dier te worden geslacht. Is laboratoriumvlees de toekomst? We zetten voordelen en valkuilen op een rij.

10/15
Loading ...