Stemmingmakers


Emy Demkes en Tuur Elzinga

‘De kleding-industrie heeft een systeem-verandering nodig’ 


Stemmingmaker Emy Demkes
Stemmingmaker Tuur Elzinga

Lees verder  

Vakbondsvoorzitter Tuur Elzinga van FNV houdt zich al jaren bezig met sociale ongelijkheid in de kledingindustrie. Journalist Emy Demkes laat in haar verhalen zien hoe de sector zelf armoede en uitbuiting in stand houdt. Toch is dat geen reden om bij de pakken neer te zitten, vinden de twee. Ze zien voldoende kansen om de macht van kledingketens verder aan banden te leggen.

 

Ze kennen elkaar niet, de vakbondsleider en de onderzoeksjournalist. Maar aan het einde van een levendig gesprek over misstanden in de kledingsector spreken ze af contact te houden. Op veel punten is vakbondsvoorzitter Tuur Elzinga van FNV het eens met de analyses van schrijver Emy Demkes van De Correspondent. Maar waar de vakbondsman gelooft in het aanspreken van de top en het mobiliseren van de werkers in de kledingindustrie, denkt de journalist dat rigoureuzere stappen nodig zijn. Volgens Demkes moet het businessmodel van de mondiale kledingsector volledig op de schop. Anders blijft de sector aanlopen tegen dezelfde problemen: te lage lonen, onveilige fabrieken, een hoog energieverbruik en vervuilende grondstoffen.

 

Hoe kwam het thema van sociale ongelijkheid in de kledingindustrie op jullie pad?

Emy: ‘Ik startte in 2012 met de studie journalistiek en wilde heel graag modejournalist worden. Een jaar daarna was de ramp in Rana Plaza, Bangladesh. (Bij de instorting van een textielfabriek vonden ruim duizend mensen de dood en raakten dubbel zoveel mensen gewond, -red.). Dit was dus de keerzijde van de industrie en een gevolg van de omstandigheden waarin kleding werd geproduceerd. Ik kwam erachter dat dit geen incident was maar een structureel probleem. Dat het niet alleen te maken had met onveilige fabrieken, maar ook met milieu, met overproductie en -consumptie en dat er daarnaast ook problemen waren met lonen. Ik zocht uit hoe het zover kon komen en waar je wel goede kleding kon vinden.’

Tuur: ‘Met sociale ongelijkheid ben ook ik al bezig sinds mijn studietijd. Ik studeerde politicologie in Amsterdam en was actief in allerlei sociale bewegingen, waaronder de vakbond en de SP. In 2007 ging ik werken bij Mondiaal FNV en via de internationale koepel voor kleding- en leerindustrie hoorde ik over de problemen in de kledingsector.
Dat bleef vrij abstract, maar ik kwam ook veel in de landen zelf. In Latijns-Amerika, Afrika, maar ook in Turkije en Zuidoost-Azië waar toen al een groot deel van de kledingindustrie zat. Daarnaast had Rana Plaza ook op mijn werk een enorme impact. De roep om iets aan de misstanden te doen, groeide. Van onze FNV-leden, maar ook internationaal. De Nederlandse vakbeweging speelde een actieve rol bij het opstellen van internationale convenanten voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. De textielindustrie was daarbij een van de eerste sectoren, later volgden andere.’  

Duurzaam dilemma wapens_1858

Tuur Elzinga (1969) is sinds 2021 voorzitter van vakbond FNV. In 2002 startte hij bij de vakbond, waar hij onder meer werkte bij de internationale tak Mondiaal FNV. Van 2007 tot oktober 2016 zat hij voor de SP in de Eerste Kamer. In mei 2017 trad hij toe tot het dagelijks bestuur van FNV, vanaf 2018 was hij vicevoorzitter.

Wat is volgens jullie het belangrijkste issue op dit moment?

Emy: ‘De ongelijke machtsverdeling is volgens mij het belangrijkste onderliggende probleem in de kledingindustrie. Aan de ene kant heb je bedrijven als H&M en Zara met ontzettend veel macht, aan de andere kant heb je fabrikanten die daar niets tegenover kunnen stellen. Voor een order van tienduizend spijkerbroeken over vijf maanden moeten fabrieken grondstoffen kopen, mensen inhuren, machines kopen, kortom risico’s aangaan. Terwijl ze niet weten of die tienduizend spijkerbroeken uiteindelijk worden afgenomen. De kledingmerken leggen dat risico bij de fabrikanten. Met de macht die kledingbedrijven hebben, proberen ze de kosten te drukken, waardoor fabrikanten te laag met de prijs gaan zitten. Zo kunnen zij arbeiders geen hoger loon geven en kunnen de fabrikanten niet investeren in duurzamere productieprocessen.’

Tuur: ‘Emy verwoordt uitermate goed hoe met de mondialisering van de sector de productieprocessen worden uitbesteed en kosten en risico’s worden afgewenteld. Problemen worden letterlijk over de grens gekieperd. Die ongelijke machtsverhouding vertaalt zich op allerlei manieren. Je ziet in de productielanden bijvoorbeeld onveilige werkplekken, met name voor veel vrouwen in de productie die te maken krijgen met seksuele intimidatie. De lonen zijn zo laag dat mensen net kunnen overleven, maar hun gezin niet kunnen onderhouden. Laat staan dat er geld en mogelijkheden zijn voor een opleiding voor de kinderen. Dit maakt ook dat de volgende generatie die op deze manier goedkope arbeid gaat leveren al klaarstaat.’

Kun je als journalist hier een verschil maken? De Correspondent staat bekend om zijn oplossingsgerichte benaderingswijze?

Emy: ‘Als je het nieuws volgt, is de kans dat je cynisch wordt vrij groot. Terwijl je overal wel verbeteringen kunt maken en als journalist op zoek kunt naar oplossingen. Het is niet zo dat je als schrijver alleen maar observeert en er dus buiten staat. Je hebt invloed, op politiek, op mensen binnen industrieën. Ik heb een enorm platform bij De Correspondent; ik zie het ook als mijn taak om bij te dragen aan een schonere en betere industrie.’ 

 

Wat kan een vakbond concreet doen?

Tuur: ‘We moeten het probleem van twee kanten benaderen. Aan de ene kant moeten we de top van modebedrijven aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Tegelijkertijd moeten de mensen die het werk doen worden geholpen om zich te organiseren. Zij weten het beste wat nodig is voor hun veiligheid of om fatsoenlijk te kunnen overleven. Een vakbond kan helpen om zo’n leefbaar loon af te dwingen. Wat ook weer gunstig is voor de fabrieken. Als in een land een gehandhaafd leefbaar loon geldt, kunnen modebedrijven de fabrieken minder makkelijk tegen elkaar uitspelen omdat iedereen dezelfde arbeidsvoorwaarden moet respecteren.’

Wetsvoorstel Europese Commissie

Sinds eind februari 2022 ligt er in Brussel een wetsvoorstel van de Europese Commissie dat bedrijven verplicht om ketenverantwoordelijkheid te nemen. Het voorstel verplicht bedrijven om risico’s van mensenrechtenschendingen en milieuschade in hun internationale keten op te sporen en aan te pakken. Dit is een belangrijke stap. Helaas blijft het wetsvoorstel op belangrijke onderdelen onduidelijk over wat een bedrijf precies moet doen en toont het voorstel gebrek aan ambitie. ASN Bank is een Europees burgerinitiatief gestart, specifiek gericht op leefbaar loon in de kledingsector. Met dit initiatief bieden we een oplossing voor de tekortkomingen van het wetsvoorstel ketenverantwoordelijkheid. Je lees er meer over op pagina 10.

De realiteit is dat regeringen de vakbondsrechten niet respecteren?

Tuur: ‘Dat klopt, kledingbedrijven selecteren vaak die landen waar weinig regulering is op het gebied van milieu en waar het vakbonden moeilijk wordt gemaakt. In deze landen werkt Mondiaal FNV samen met lokale bonden die heel goed werk verzetten en veel bereiken voor hun leden. Daarnaast proberen we als vakbonden ook internationaal afspraken te maken. Maar ook op andere plekken moeten dit soort zaken vaker worden geagendeerd. Denk aan handelsmissies, waar nu de belangen van de koopman nog te vaak voorgaan op die van de dominee.’  

 

Er is weinig gebeurd sinds de ramp in Bangladesh?

Emy: ‘Je ziet heel veel oplossingen gericht op symptoombestrijding, terwijl er niet echt iets wordt gedaan om de ongelijke machtsverhoudingen aan te pakken. Dat is niet zo vreemd, want het zou betekenen dat je naar een ander businessmodel moet, misschien zelfs naar een ander economisch model. Merken zullen dit uit zichzelf nooit doen. Ze gaan de spelregels niet veranderen als zij daardoor ineens de verliezer zijn en anderen de winst opstrijken. Dat is volgens mij de belangrijkste reden waarom er, ondanks weet ik hoeveel vrijwillige initiatieven, zo weinig verandert.’ 

Zie je het Europese wetvoorstel waarbij grote bedrijven verplicht hun productieketen moeten onderzoeken en misstanden moeten oplossen, ook als een vorm van symptoombestrijding?

Emy: ‘Bedrijven voeren al jarenlang milieu- en sociale audits uit. Nog niet verplicht, dus het is goed dat dat met dit Europese voorstel wel het geval is. Maar wat er gebeurt bij dit soort audits, is dat ze de problemen externaliseren: leveranciers moeten voldoen aan een afvinklijstje van de grote bedrijven. Maar er wordt niet meegewogen hoe inkoop­praktijken eigen keuzes op het gebied van arbeid of productie onmogelijk maken.’

Tuur: ‘Vroeger golden deze inkooppraktijken in de kledingsector uiteraard ook al: het afromen van de winst in elke schakel van het productieproces, waardoor er voor mensen in de fabrieken en thuiswerkers niets meer overblijft. Maar toen vond de productie plaats binnen één land, terwijl er nu vele schakels zijn in verschillende landen. Aan de grens moeten we corrigeren wat elders aan uitbuiting plaatsvindt, dat hebben we ook aan de EU meegegeven. Het zou een gemiste kans zijn als ze dit niet doen.’

Emy: ‘Grote bedrijven kunnen met de nieuwe Europese wetgeving straks eenzijdig eisen stellen aan leveranciers, Maar eigenlijk is dat geen basis voor samenwerking. De ene kant legt de andere kant iets op. Je zou het ook kunnen omdraaien: leveranciers stellen eisen aan de grote modebedrijven. Zij voeren controles uit en beboeten en bestraffen grote bedrijven die niet voldoen aan sociale- en milieueisen.’ 

Emy Demkes

Emy Demkes (1995) studeerde journalistiek in Tilburg. Ze ging na haar afstuderen in 2016 aan de slag als freelance journalist voor onder meer OneWorld. Voor De Correspondent doet ze sinds 2017 onderzoek naar de kledingindustrie, van de arbeidsomstandig­heden in textielfabrieken tot de voetafdruk van een spijkerbroek.

Welke andere mogelijkheden zien jullie om de macht van grote kledingmerken in te perken?

Emy: ‘Je ziet nu dat merken achteraf een order betalen. De fabrikant roostert mensen in, koopt stoffen in, maakt allerlei kosten, maar krijgt het geld pas als de kleding op transport gaat. Tijdens corona werden orders op het allerlaatste moment geannuleerd; dat gebeurde op grote schaal. Met als gevolg dat fabrikanten hun arbeiders niet konden betalen. Laat daarom een deel van een order vooruitbetalen. Dat geeft fabrikanten meer zekerheid.’

Tuur: ‘Fabrieken zou toegestaan moeten worden om samen afspraken te maken, zodat ze samen tegenmacht kunnen organiseren. Het principe van de vakbond, maar nu voor toeleveranciers in de keten. Een vuist maken tegen de grote kledingbedrijven: als jullie niet aan onze eisen voldoen, stoppen we helemaal en zitten jullie zonder productie. Er moet meer macht onderaan de keten worden georganiseerd.’ 

 

Wat kun je als individu doen?

Emy: ‘Ooit was ik zelf een fast fashion-fan. Ik houd nog steeds van kleding, maar koop bijna alleen nog maar tweedehands. Dat is niet per definitie duurzaam, het beste is om niks te kopen. Er zijn tegenwoordig steeds meer duurzame en eerlijke merken, maar het is lastig om precies te weten hoe het zit in de productieketen en wat ze dan eerlijk en duurzaam maakt. Natuurlijk is er de Fair Wear Foundation, die scores op leefbaar loon bijhoudt, maar ik zie geen structurele veranderingen. Ik kwam laatst het merk Oshadi tegen. Zij hebben de katoenboeren in dienst, dat vind ik interessant. De mensen die de kleren maken staan ook op de loonlijst.’

Tuur: ‘Je kunt in je eentje niet de wereld veranderen maar je kunt er wel aan bijdragen. Het begint bij bewustwording dat fast fashion ecologisch en sociaal tot misstanden leidt.’   

Naar boven 

Gerelateerde artikelen:

Gerelateerd
In beeld:
Fotograaf Chris de Bode portretteert de makers van ‘onze’ kleding

Goedgeld september 2020


Gerelateerd
Platform Living Wage:
Leefbaar loon in de kledingindustrie

Goedgeld september 2019


Tuur Elzinga van FNV en journalist Emy Demkes zien voldoende kansen om de macht van kledingketens verder aan banden te leggen.

2/14
Loading ...