Opinie en dialoog

‘Problemen los je niet op met het denken dat ze heeft veroorzaakt’



De coronacrisis maakt de uitholling van de democratische rechtsorde nog scherper zichtbaar, zegt Herman Tjeenk Willink. Het is tijd voor nieuwe afspraken over wat burgers en overheid van elkaar mogen verwachten. ‘Anders valt de boel uit elkaar en krijgt degene met het meeste geld of de grootste mond het voor het zeggen.’


Lees verder  

Mijnheer Tjeenk Willink, waarom doet u dit nog?’ Nog niet zolang geleden kreeg de voormalige vicepresident van de Raad van State deze vraag. Herman Tjeenk Willink (1942) is al negen jaar met pensioen, maar speelt nog steeds een adviserende rol in het Haagse. In 2017 was hij informateur van Rutte III. En in 2018 schreef hij het boek ‘Groter denken, kleiner doen’, dat inmiddels zijn veertiende druk bereikte. ‘Een verraderlijk boekje’, noemt hij het zelf. In 118 bladzijden brengt hij in kraakhelder proza verschillende gedachten samen. Over het managementdenken bij de overheid, de regeldruk bij onderwijzers, huisartsen en rechters, het wegvallen van sociale verbindingen en de mantra van de markt. De kernboodschap: het functioneren van de overheid zelf holt de democratische rechtsorde uit. 

Deze boodschap wordt volgens Tjeenk Willink door velen herkend, maar leidt ook tot extra vragen. ‘Waaruit blijkt die uitholling? Wat moeten we doen? Daarop probeer ik een antwoord te vinden, het liefst in een debat.’ Het is de reden waarom hij lezingen blijft geven en de discussie opzoekt. ‘Steeds vanuit het besef dat de democratische rechtsorde nooit vanzelfsprekend en altijd kwetsbaar is. In die zin beheer ik een deel van het collectieve geheugen. Dat moet je overdragen, anders gaat de uitholling door.’   

 

Kunt u een voorbeeld van die uitholling noemen?

‘Zelfs toen het economisch nog goed ging, werden de maatschappelijke scheidslijnen scherper. Zowel op het gebied van gezondheid, kans op werk en huisvesting, als opleiding en inkomen. Dat doet afbreuk aan het rechtsvaardigheidsgevoel, het inclusieve karakter waarbij iedereen telt, toch de essentie van de democratische rechtsorde. De huidige coronacrisis verscherpt die tegenstellingen.’  

 

Hoe bestrijd je die tegenstellingen als dat eerder niet lukte?

‘Op de oude voet verdergaan is geen optie. Er gaan op dit moment dingen fout die niet fout mogen gaan, omdat ze de geloofwaardigheid van de democratie aantasten. Een voorbeeld is de aangifte die de minister van Financiën deed tegen zijn eigen Belastingdienst. Een uiting van bestuurlijke onmacht in een vooral door de politiek veroorzaakt probleem in de ambtelijke organisatie. De minister zegt: de strafrechter moet het maar zeggen, ik kom er niet uit. Zoals politiek en bestuur ook in meer dan dertig jaar een stikstofcrisis hebben gecreëerd, en uiteindelijk de bestuursrechter moest zeggen: zo kan het niet voortgaan.’

 

Hoe kon het zo misgaan?

‘Paradoxaal genoeg ligt de oorzaak in de ontzuiling. Kenmerk van de verzuiling was de hechte politiek-maatschappelijke verankering van de overheid. Die verankering erodeerde. De overheid werd een probleem. Op dat moment hadden we opnieuw moeten nadenken over de normen waaraan de democratische rechtsstaat moet voldoen. Dat is niet gebeurd, in plaats daarvan zijn we economische groei via de private sector gaan zien als het voornaamste ijkpunt voor succesvol beleid. Veel (financiële) maatregelen waren daarop gericht. De overheid werd vooral als kostenpost beschouwd. Minder was beter. Maar in tijden van crisis, zoals nu, blijkt die private sector juist sterk afhankelijk van een goed functionerende overheid. Iedereen roept: Help, help, overheid intervenieer!’

Herman Tjeenk Willink

Herman Tjeenk Willink (1942) verwierf in de loop van zijn carrière de positie van boven-de-partijen-staande adviseur van de regering. Hij was voorzitter van de Eerste Kamer (1991-1997) en vicepresident van de Raad van State (1997-2012). Hij was meermalen informateur van Nederlandse kabinetten, de laatste keer bij Rutte III. Sinds 2012 draagt Herman Tjeenk Willink de eretitel minister van Staat, Nederland telt 7 van deze adviseurs.

Maar kan de overheid dat nog wel?

‘Om doelgericht te kunnen ingrijpen is een oordeel nodig over de duurzaamheid, vitaliteit en bestendigheid van de bestaande economie. Dat stelt hoge, inhoudelijke eisen aan de overheid. Maar de inhoudelijke deskundigheid is in de afgelopen decennia uit de departementen weggevloeid. De overheid moest een bedrijf zijn dat goed gemanaged moet worden, met de burger als homo economicus, klant en kostenpost. Als de coronacrisis ons iets leert, is het wel dat de burger veel meer is. Iemand die sociaal denkt en voelt en op medeverantwoordelijkheid kan én moet worden aangesproken. Voorwaarde is wel dat duidelijk is wat de burger van de overheid mag verwachten en de overheid van de burger.’

Gaan we het daarover eens worden?

‘Nee, daar zijn we het niet op voorhand over eens. Democratie geeft ruimte aan verscheidenheid. Aan verschillende opvattingen. Ook over de vraag hoe de maatschappij in elkaar hoort te zitten en wat de rol van overheid daarbij is. Daarom is in een democratie het politieke debat, met argumenten en tegenargumenten, essentieel. Juist vanuit het besef dat je uiteindelijk tot een compromis moet komen. De democratische rechtsorde is er nu juist omdat we het niet met elkaar eens zijn, maar wel met elkaar verder moeten.’  

 

Wat nu?

‘Erkennen dat economische groei niet het voornaamste ijkpunt voor succesvol beleid is en dat de overheid geen bedrijf is met de burger als klant en kostenpost. Er moet anders over de overheid worden gedacht. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Ik citeer hier graag Einstein: je kunt een probleem niet oplossen met het denken dat het heeft veroorzaakt. Maar hoe bereik je dat als het managementdenken zo overheersend is?’  

 

Wie is aan zet?

‘Dat is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van burgers en overheid. We moeten ons scherper realiseren dat de democratische rechtsorde waarschijnlijk ons enig overgebleven gemeenschappelijk fundament is. Het zijn de grondregels voor de wijze waarop de overheid met zijn burgers en de burgers met elkaar omgaan. Zonder die grondregels valt de boel uit elkaar en krijgt degene met het meeste geld of de grootste mond of de meeste kracht het voor het zeggen. De democratische rechtsorde lijkt een vanzelfsprekendheid, maar is dat niet. Kijk naar de VS, grote maatschappelijke tegenstellingen, povere publieke voorzieningen en steeds meer trekken van een autoritair regime.’  

 

Welke rol kunnen banken spelen?

‘Allereerst door blijk te geven van het besef dat zij ook een publieke functie hebben. Waarom vinden we het wel vanzelfsprekend dat de (spoor)wegen en het elektriciteitsnet in publieke handen zijn en de financiële infrastructuur niet? Daarover moet opnieuw discussie worden gevoerd, veel banken realiseren zich nog altijd niet welke impact de bankencrisis had op burgers. Mensen verloren hun baan, huizen stonden onder water, de koopkracht ontwikkelde zich nauwelijks. De overheid heeft ze daartegen niet kunnen beschermen. Dat heeft de democratische rechtsstaat een optater gegeven. Juist die banken zouden zich meer moeten afvragen hoe hun publieke functie beter kan worden gewaarborgd en welke maatregelen daarvoor nodig zijn. Ook de ASN Bank kan in dat debat een rol vervullen.’  

 

Wat kunnen mensen zelf doen?

‘Wat ik goed vind aan ASN Bank is de wijze waarop de bank aan zijn publieke functie inhoudt geeft onder meer door zijn rekeninghouders niet alleen als klanten te zien, maar juist ook als verantwoordelijke medeburgers. Die zich realiseren dat je de maatschappij zelf kunt vormgeven. Zonder deze maatschappelijke democratie is er geen politieke democratie. Mensen gaan pas naar de stembus als ze het gevoel hebben dat ze in hun eigen omgeving gehoord worden. Het feit dat je niet veel geld of opleiding hebt, betekent niet dat je geen ideeën hebt over de oplossing van maatschappelijke problemen. Burgers hebben ideeën – zonnepanelen op schooldaken is een voorbeeld – en gaan ermee aan de slag. Ook banken kunnen dat soort initiatieven stimuleren en overheden “uitlokken” daaraan mee te werken.’


Naar boven 

Gerelateerde artikelen:

Gerelateerd
Maria van der Heijden, MVO Nederland: ‘Tijd voor versnelling’

Goedgeld mei 2020


Gerelateerd
Tweegesprek Eduard Nazarski en Arie Koornneef:
‘Zonder meningsverschillen is er geen barst aan’ 

Goedgeld december 2019


Herman Tjeenk Willink: uitholling van de democratische rechtsorde. De coronacrisis maakt dit scherper zichtbaar. Het is tijd voor nieuwe afspraken over wat burgers en overheid van elkaar mogen verwachten.

8/14
Loading ...