Baanbreker



Klimaatgezant Marcel Beukeboom

Als we langer wachten, is de kans verkeken’


Lees verder  

Als klimaatgezant is Marcel Beukeboom het gezicht van de Nederlandse klimaatdiplomatie in binnen- en buitenland. De mensheid gaat een ongekend spannende fase tegemoet, toch is hij positief gestemd. ‘We hebben invloed, dat motiveert mij enorm.’

 

Om te beginnen: wat doet een klimaatgezant?

‘Ik vertegenwoordig Nederland wanneer er internationaal over klimaat wordt gesproken. Denk aan bijeenkomsten rondom het klimaatakkoord van Parijs, de toppen van de G20, noem maar op. Ook praat ik bijvoorbeeld mee in de Powering Past Coal Alliance, een internationaal samenwerkingsverband dat de uitfasering van steenkool als brandstof wil versnellen. Daarnaast heb ik binnen Nederland de rol om internationale afspraken te vertalen naar een “handelingsperspectief”. Daarvoor ben ik veel te vinden op scholen, universiteiten, bij gemeentes en bedrijven om het klimaatverhaal te vertellen.’

 

Lang niet alle landen hebben een klimaatgezant. Waarom niet?

‘De benoeming van een gezant onderstreept het belang dat je als land aan een thema hecht. Zo hebben we in Nederland gezanten voor mensenrechten, migratie, water en dus voor klimaat. De eerste Nederlandse klimaatgezant werd in 2010 benoemd naar het voorbeeld van de Amerikanen. Toen ik in 2016 in deze functie begon, was ik de derde van Europa. Inmiddels zijn het er zo’n twaalf of dertien. Dus grofweg de helft van de Europese lidstaten heeft een klimaatgezant. De functie wint – gelukkig – aan terrein.’

Baanbreker - Marcel Beukeboom

Marcel Beukeboom

Sinds november 2016 Klimaat­gezant voor Nederland. Vertegenwoordigt als thematisch ambassadeur het Koninkrijk wanneer internationaal over klimaat wordt gesproken. Verbindt in Nederland internationale afspraken aan nationaal beleid en uitvoering in de praktijk. Is daartoe ambassadeur van verschillende maatschappelijke initiatieven zoals Dutch Wavemakers, de Week zonder Vlees en het Partnership for Carbon Accounting Financials (PCAF), een methodologie die financiële instellingen helpt hun CO2-voetafdruk inzichtelijk te maken. Werkte hiervoor bijna twintig jaar in de diplomatie in binnen- en buitenland.

Hoe staat Nederland erop binnen Europa? En hoe kunt u daaraan bijdragen?

 ‘We hebben een herkenbare en gewaardeerde klimaatdiplomatie. Zo waren we een van de initiatiefnemers van een “kopgroep” die actief lobbyde voor een Europese CO2-reductiedoelstelling van 55 procent in 2030 in plaats van de geplande 49 procent, een doelstelling die de Europese Raad afgelopen december overnam. Maar: op de lijstjes van emissiereductie, hernieuwbare energie en energie-efficiency horen we niet bij de top van Europa. Daarop krijgen we ook kritiek vanuit Brussel: jullie roepen dat het sneller moet, maar ondertussen hebben jullie zelf moeite om die ambities uit te voeren. De realiteit is soms weerbarstig. Ik zie veel beweging, maar het is niet altijd zichtbaar in de lijstjes.’

 

En bovenop de klimaatcrisis kwam een gezondheidscrisis…

‘Zeker, dat maakt de komende tijd spannend. Je hoort nu geluiden van: we hebben een periode minder kunnen vliegen en consumeren, we halen de klimaat­doelen. Maar uiteindelijk is dat een miniem deukje in de langetermijngrafiek als we geen fundamentele keuzes maken en meer klimaat­ambitie tonen. Grote klimaatconferenties zijn afgelast, de afspraak om in 2020 nieuwe klimaatplannen in te dienen bij de VN is opgeschort. Gelukkig hebben we met de VS nu weer een krachtige speler aan boord die de goede kant op duwt. Maar naar welke kant de balans precies uitslaat? The jury is still out, zoals ze dan zeggen.’

Wat leren we van de coronacrisis?

‘In elk geval dat ons economisch model aan herziening toe is. Als deze pandemie iets duidelijk maakt, is dat wij als mensheid tegen de grenzen van het eco­systeem oplopen. Maar óók dat we invloed hebben op het klimaat. Groei als overkoepelend mantra moet echt iets van het verleden zijn. We moeten ons spiegelen aan de natuur: zoeken naar balans en evenwicht in plaats van die eeuwige groei.’

‘Anderhalve graad betekent niets als je het niet kunt vertalen naar concrete doelen en acties’

interview Marcel Beukeboom
Bevinden we ons op een kantelpunt als het gaat om klimaatverandering? 

‘Dat denk ik zeker. We kennen allemaal de oplopende grafieken die ergens de komende jaren een knik naar beneden moeten laten zien. In deze periode moeten we besluiten nemen om het scenario van maximaal anderhalve graad klimaatopwarming in beeld te houden. Wachten we veel langer, dan is de kans verkeken. Gelukkig blijkt uit opiniepeilingen, zowel nationaal als internationaal, dat een meerderheid van de bevolking bezorgd is over het klimaat. Deze groep verwacht dat hun regering hun rol pakt. Ook zien mensen in toenemende mate dat ze zelf invloed hebben. En als ik kijk naar de verkiezingsprogramma’s van onze grote partijen: die zijn allemaal opgeschoven naar meer klimaatambitie en vergroening. Of kijk naar een land als Denemarken waar vorig jaar klimaatverkiezingen zijn gehouden. Daar is de lat van emissie­reductie van veertig naar zeventig procent getild en zeggen ze: vergroening is de toekomst, daar liggen de kansen, laten wij daarin wereldleider worden.’

 

Ook vanuit een welbegrepen eigenbelang, dus? 

‘Zeker. Naast de fysieke bedreiging van klimaatverandering – zeespiegelstijging, hitte, droogte, enzovoorts – liggen er ook economische kansen. We weten dat in de hernieuwbare energiesector meer banen zijn dan in de fossiele sector, om maar iets te noemen. Je ziet dat bijvoorbeeld gebeuren in de haven van Rotterdam. Het Havenbedrijf heeft de ambitie om uit te groeien tot meest duurzame haven ter wereld. Voor een innovatief land als Nederland liggen hier volop mogelijkheden.’

 

Hoe betrek je als klimaatgezant bedrijven bij de klimaatdiscussie?

‘Op verschillende manieren. Ik ga bijvoorbeeld met bedrijven in gesprek om ze te helpen de vertaalslag te maken van internationale afspraken naar bedrijfsdoelen. Ook voor mij is dat heel leerzaam. Ik bedoel: anderhalve graad betekent niets als je het niet kunt vertalen naar concrete doelen en acties. Dat is wat bedrijven goed kunnen: nadenken over wat nieuwe omstandigheden betekenen voor grondstofgebruik, de gewijzigde marktvraag, noem maar op. Soms “partner” ik ook met bedrijven door hun inspirerende voorbeeld te gebruiken binnen een diplomatieke missie, bijvoorbeeld door een gezamenlijk verhaal te vertellen op een internationaal podium. Deze transitie moeten we samen doormaken; samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven is daarbij onmisbaar.’

Baanbreker Marcel Beukeboom
U bent ook ambassadeur van het Partnership for Carbon Accounting Financials (PCAF). Wat doet u in die rol?

‘PCAF is een methodologie die banken helpt om hun CO2-voetafdruk inzichtelijk te maken. Als lid van het Platform voor Duurzame Financiering heb ik, waar ik maar kon, internationaal de aandacht gevestigd op dit initiatief en zo bijgedragen aan de verspreiding ervan. Zo zijn er nu ook Amerikaanse banken die het gebruiken. Een belangrijke stap: banken kunnen nu echt sturen op die uitstoot en bijvoorbeeld vervuilende bedrijven weren. Zo heeft PCAF echt impact. Een succes dat ASN Bank gerust mag claimen, zij stonden aan de wieg. Een mooi voorbeeld van samenwerking tussen klimaatdiplomatie en de financiële sector.’

 

Hoe kijkt u naar de jonge klimaatbeweging? Kunnen jongeren het verschil maken? 

‘Sterker nog: die maken het verschil al. Jongeren denken misschien dat hun invloed ophoudt bij de drempel van internationale vergaderzalen, het tegendeel is waar. Ze worden vaak genoemd in die vergaderzalen. Soms in morele zin, van: dit gaat over de toekomst van onze kinderen. Maar soms ook van: die jongeren gaan steeds de straat op, wat moet ik daarmee? Beide reacties leiden tot actie, dat is goed.’

 

Praat u zelf met jongeren over het klimaatbeleid?

‘Zeker. Vorig jaar nam ik het initiatief om een klasje van acht jonge klimaatambassadeurs op te leiden. Daarbij zocht ik nadrukkelijk naar jongeren buiten de “klimaatbubbel”. Want daar zit hem de uitdaging: er is in Nederland een actieve en bewuste klimaatbeweging – dat geldt voor jongeren én volwassenen – maar de kunst is om díe mensen te bereiken die daarbuiten vallen. We hebben nu een diverse groep die actief is op heel andere terreinen. Een rapper, iemand die werkt met asielzoekers, een ander is actief in de cultuursector. Ik probeer ze twee dingen bij te brengen: kennis van klimaatverandering en hoe vertel je je verhaal goed, dezelfde dingen die in mijn gereedschapskist zitten. Dat resulteert al in inspirerende projecten, zoals een rondleiding door de kunstcollectie van het Rijksmuseum vanuit de invalshoek: hoe mensen door de eeuwen heen omgaan met klimaatverandering. Dat had ik zelf nooit verzonnen.’

 

U bent nu ruim vier jaar klimaatgezant. Hoe houdt u de moed erin?

‘Een goed punt. Toen de jonge klimaatambassadeurs voor het eerst bij elkaar kwamen, heb ik ze gewaarschuwd voor de zogenoemde valley of despair, een bekend fenomeen voor iedereen die zich met dit thema bezighoudt. Hoe meer je te weten komt, hoe dieper het dal waar je doorheen gaat. Het gevoel van: ik kan hier helemaal niks meer aan doen, we zijn gedoemd. Gaandeweg ga je je verdiepen in wat er allemaal kan gebeuren en vooral: de invloed die je daar zelf op hebt. Dan klim je uit het dal. Zo ging het bij mij ook. Er zijn genoeg hoopvolle ontwikkelingen. Zoiets als PCAF, de rol van jongeren, dat stemt allemaal optimistisch. Mensen hebben meer invloed dan ze denken. ASN Bank zelf is daar een prachtig voorbeeld van: consequent vasthouden aan een rechte lijn richting een duurzame toekomst. Dat motiveert mij enorm. Wat je kiest, doet er toe.’


Naar boven 

Gerelateerde artikelen:

Gerelateerd.
Talitha Muusse over klimaatverandering:
‘Het klimaatvraagstuk is ook een generatiedebat’

Goedgeld december 2020


Gerelateerd
Klimaatadvocaat Koos van den Berg
‘Rechter moest gevaarlijke impasse doorbreken’

Goedgeld mei 2020


Baanbreker Klimaatgezant Marcel Beukeboom

4/13
Loading ...